Communicatie verbeteren, levens verrijken.

Anamnese bij stotteren: wat kunt u verwachten?

Wanneer iemand stottert, begint onderzoek bij de logopedist vaak met een anamnese. Dat is een gesprek waarin de logopedist vragen stelt over het stotteren, de ontwikkeling en de dagelijkse situaties waarin spreken lastig is. De informatie helpt om de hulpvraag en mogelijke vervolgstappen goed in beeld te brengen.

Wat is een anamnese?

Een anamnese is geen examen en er zijn geen goede of foute antwoorden. Het is een kennismakingsgesprek met de persoon die stottert en, bij jonge kinderen, meestal ook met de ouders of verzorgers. De logopedist probeert te begrijpen hoe het stotteren is ontstaan, hoe het zich ontwikkelt en welke invloed het heeft op het dagelijks leven.

De anamnese is onderdeel van de beoordeling. Afhankelijk van de situatie kan de logopedist daarnaast het spreken observeren, vragenlijsten gebruiken of verder onderzoek voorstellen.

Welke onderwerpen komen aan bod?

De vragen sluiten aan bij de leeftijd en situatie van de cliënt. Vaak bespreekt de logopedist onder andere:

  • Het begin van het stotteren: wanneer het werd opgemerkt en hoe het sindsdien is veranderd.
  • De manier van spreken: welke vormen van haperingen voorkomen, bijvoorbeeld herhalingen, verlengingen of blokkades.
  • Verschillen per situatie: of het stotteren bijvoorbeeld verandert tijdens een gesprek, een telefoongesprek, in de klas of bij onbekende mensen.
  • Gevoelens en reacties: of spreken spanning, frustratie, schaamte of vermijding oproept.
  • De gevolgen in het dagelijks leven: bijvoorbeeld voor contact met anderen, school, werk of deelname aan activiteiten.
  • De ontwikkeling en gezondheid: relevante informatie over spraak, taal, gehoor en algemene ontwikkeling.
  • Stotteren in de familie: of familieleden stotteren of hebben gestotterd.
  • Eerdere begeleiding: welke hulp iemand al heeft gehad en wat daarvan wel of niet hielp.

De anamnese bij een kind

Bij jonge kinderen vertellen ouders of verzorgers vaak wanneer zij het stotteren voor het eerst opmerkten en hoe het kind reageert op haperingen. De logopedist kan ook vragen naar veranderingen in de omgeving, zoals de start op school of de komst van een broertje of zusje. Zulke gebeurtenissen kunnen relevant zijn om de situatie te begrijpen, maar betekenen niet automatisch dat ze het stotteren hebben veroorzaakt.

Ook wordt besproken hoe volwassenen op het spreken reageren. De logopedist kan ouders praktische adviezen geven over rustig luisteren, voldoende spreektijd geven en aandacht houden voor wat het kind vertelt. Het doel is niet om het kind onder druk te zetten om vloeiend te spreken.

De anamnese bij een volwassene

Bij volwassenen ligt de nadruk vaak ook op de ervaringen en doelen van de persoon zelf. Misschien wil iemand met minder spanning telefoneren, vaker iets zeggen in een vergadering of meer vrijheid ervaren in sociale situaties. De logopedist bespreekt welke situaties belangrijk zijn en welke verandering de cliënt graag zou zien.

Stotteren in een meertalige omgeving

Wanneer iemand meerdere talen spreekt, vraagt de logopedist welke talen worden gebruikt, met wie en in welke situaties. Ook kan worden besproken of het stotteren in de verschillende talen anders wordt ervaren. Meertaligheid op zichzelf veroorzaakt geen stotteren, maar de taalomgeving is wel belangrijke achtergrondinformatie voor een zorgvuldig onderzoek.

Wat gebeurt er na de anamnese?

Na het gesprek bespreekt de logopedist welke informatie nog nodig is. Soms volgt een observatie van het spreken of aanvullende vragen. Daarna worden de bevindingen en mogelijke vervolgstappen besproken. De aanpak wordt afgestemd op de persoon, de hulpvraag en de invloed van het stotteren op het dagelijks leven.

Een open gesprek kan helpen om de hulpvraag helder te krijgen. Neem gerust de tijd om vragen te stellen of voorbeelden uit het dagelijks leven te noemen. Zo krijgt de logopedist een beter beeld van wat er speelt en wat passende ondersteuning kan zijn.

 

9 Tips voor een Grondige Anamnese bij Stotteren

  1. Vraag wanneer het stotteren begon en hoe het zich ontwikkelde.
  2. Informeer naar situaties waarin het stotteren vaker of minder vaak voorkomt.
  3. Vraag naar stotteren of andere spraakproblemen in de familie.
  4. Bespreek de invloed op school, werk en sociale contacten.
  5. Vraag welke gedachten en gevoelens het stotteren oproept.
  6. Informeer naar vermijding, spanning of andere reacties tijdens het spreken.
  7. Bespreek eerdere onderzoeken, begeleiding en behandelingen.
  8. Vraag wat de cliënt zelf wil bereiken met de begeleiding.
  9. Luister naar spraak in verschillende situaties en noteer wat opvalt.

Vraag wanneer het stotteren begon en hoe het zich ontwikkelde.

Vraag wanneer het stotteren voor het eerst opviel en hoe het spreken sindsdien is veranderd. Bespreek bijvoorbeeld of het stotteren geleidelijk of plotseling begon, of het in bepaalde periodes sterker of juist minder merkbaar was en of er momenten zijn waarop het nauwelijks voorkomt. Een tijdlijn met concrete voorbeelden helpt de logopedist om het verloop beter in kaart te brengen.

Informeer naar situaties waarin het stotteren vaker of minder vaak voorkomt.

Vraag in welke situaties het stotteren vaker voorkomt en wanneer het juist minder opvalt. Denk bijvoorbeeld aan praten met vertrouwde mensen, spreken in een groep, telefoneren of iets vertellen op school of werk. Vraag ook hoe de persoon zich in die situaties voelt. Zo ontstaat een beter beeld van mogelijke verschillen en van de momenten waarop spreken makkelijker of juist moeilijker is.

Vraag naar stotteren of andere spraakproblemen in de familie.

Vraag tijdens de anamnese of stotteren of andere spraakproblemen in de familie voorkomen of voorkwamen. Deze informatie kan helpen om een completer beeld te krijgen van de spraakontwikkeling en eventuele familiale aanleg. Het betekent niet automatisch dat iemand daardoor stottert, maar kan wel relevant zijn bij de beoordeling en het bespreken van passende begeleiding.

Bespreek de invloed op school, werk en sociale contacten.

Bespreek tijdens de anamnese welke invloed het stotteren heeft op school, werk en sociale contacten. Vertel bijvoorbeeld of spreken in de klas, deelnemen aan vergaderingen, telefoneren of gesprekken met vrienden extra spanning geeft. Ook situaties die iemand liever vermijdt, zijn belangrijk om te benoemen. Zo krijgt de logopedist een beter beeld van de gevolgen in het dagelijks leven en kan de begeleiding aansluiten bij wat voor de cliënt belangrijk is.

Vraag welke gedachten en gevoelens het stotteren oproept.

Vraag welke gedachten en gevoelens het stotteren oproept. Iemand kan bijvoorbeeld spanning, frustratie of schaamte ervaren, of juist weinig last hebben van het stotteren. Door zonder oordeel te luisteren, krijgt de logopedist inzicht in de impact ervan en in situaties waarin extra ondersteuning wenselijk kan zijn.

Informeer naar vermijding, spanning of andere reacties tijdens het spreken.

Vraag tijdens de anamnese ook of iemand spreken soms vermijdt, bijvoorbeeld door bepaalde woorden, telefoongesprekken of spreekbeurten uit de weg te gaan. Informeer daarnaast naar spanning vóór of tijdens het spreken en naar reacties zoals frustratie, schaamte of moeite om een boodschap af te maken. Stel deze vragen rustig en zonder oordeel: zo ontstaat een vollediger beeld van de invloed van het stotteren op het dagelijks leven en van de situaties waarin iemand ondersteuning kan gebruiken.

Bespreek eerdere onderzoeken, begeleiding en behandelingen.

Bespreek tijdens de anamnese welke onderzoeken, begeleiding of behandelingen eerder zijn gevolgd. Vertel bijvoorbeeld bij wie u terechtkon, hoe lang de begeleiding duurde en wat u als helpend of juist minder helpend heeft ervaren. Ook informatie over eerdere adviezen, oefeningen of resultaten kan waardevol zijn. Zo krijgt de logopedist een duidelijker beeld van wat al geprobeerd is en kan de begeleiding beter aansluiten bij uw ervaringen en hulpvraag.

Vraag wat de cliënt zelf wil bereiken met de begeleiding.

Vraag wat de cliënt zelf wil bereiken met de begeleiding. Misschien wil diegene makkelijker telefoneren, meer durven vertellen in de klas of met minder spanning deelnemen aan gesprekken. Door samen persoonlijke doelen te formuleren, sluit de begeleiding beter aan bij wat voor de cliënt belangrijk is. Zo wordt ook duidelijk welke situaties prioriteit hebben en hoe de cliënt zelf vooruitgang wil herkennen.

Luister naar spraak in verschillende situaties en noteer wat opvalt.

Luister naar de spraak in verschillende situaties, bijvoorbeeld thuis, op school, tijdens het spelen of aan de telefoon. Let op wanneer het stotteren vaker of juist minder vaak voorkomt en welke haperingen u hoort, zoals herhalingen, verlengingen of blokkades. Noteer kort wat u opvalt en in welke omstandigheden dit gebeurt. Probeer daarbij neutraal te observeren, zonder de spreker onder druk te zetten of het spreken voortdurend te corrigeren. Deze voorbeelden kunnen tijdens de anamnese helpen om de logopedist een duidelijker beeld te geven van het stotteren in het dagelijks leven.

Dit vind je misschien ook leuk

Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Time limit exceeded. Please complete the captcha once again.