Communicatie verbeteren, levens verrijken.

Taalontwikkeling bij een kind van 18 maanden

Rond de leeftijd van 18 maanden maken veel kinderen grote stappen in hun communicatie. Ze begrijpen steeds meer van wat er om hen heen wordt gezegd en gebruiken klanken, gebaren en woordjes om duidelijk te maken wat ze willen. De ontwikkeling verloopt bij ieder kind anders: sommige kinderen praten al volop, terwijl andere vooral luisteren, wijzen en gebaren gebruiken.

Wat kan een kind van 18 maanden meestal?

Een kind van deze leeftijd kan bijvoorbeeld:

  • reageren op de eigen naam en bekende woorden herkennen;
  • eenvoudige aanwijzingen begrijpen, zoals “Geef de bal maar”;
  • naar bekende personen, voorwerpen of lichaamsdelen kijken wanneer die worden genoemd;
  • wijzen, iets aangeven of gebaren gebruiken om de aandacht te trekken;
  • klanken en intonatie nadoen;
  • een aantal herkenbare woordjes gebruiken, zoals “mama”, “bal” of “op”.

Hoeveel woorden een kind precies zegt, verschilt sterk. Ook woordbenaderingen tellen mee: een eigen uitspraak van een woord kan betekenisvol zijn als het kind die steeds op dezelfde manier gebruikt. Begrijpen wat anderen zeggen en zelf woorden gebruiken ontwikkelen zich niet altijd in hetzelfde tempo.

Hoe stimuleer je de taalontwikkeling?

Dagelijkse momenten bieden veel kansen om taal te oefenen. Je hoeft daar geen speciale oefeningen voor te doen. Rustig praten, samen spelen en aandacht hebben voor wat je kind probeert te vertellen zijn al waardevol.

  • Benoem wat jullie doen. Zeg bijvoorbeeld: “We doen je jas aan” of “Daar rijdt een bus”.
  • Volg de aandacht van je kind. Praat over het speelgoed of de activiteit waar je kind mee bezig is.
  • Reageer op gebaren en geluiden. Als je kind naar een beker wijst, kun je zeggen: “Wil je drinken?”
  • Breid woordjes rustig uit. Zegt je kind “bal”, reageer dan met: “Ja, een grote bal.”
  • Lees en kijk samen in boekjes. Benoem plaatjes en geef je kind tijd om te reageren.
  • Stel eenvoudige vragen en wacht even. Een kind heeft soms extra tijd nodig om te begrijpen of iets te zeggen.

Meerdere talen spreken is op zichzelf geen oorzaak van een taalontwikkelingsprobleem. Praat met je kind in de talen die je goed beheerst en waarin je je prettig voelt. Een meertalig kind kan woorden over verschillende talen verdelen; kijk daarom naar de communicatie en woordenschat in alle talen samen.

Wanneer is het verstandig om advies te vragen?

Elk kind ontwikkelt zich op een eigen manier, maar het is goed om advies te vragen als je je zorgen maakt. Bespreek je vragen bijvoorbeeld met het consultatiebureau, de huisarts of een logopedist. Dat geldt zeker wanneer je kind weinig lijkt te begrijpen, weinig contact maakt, niet reageert op geluiden of geen gebaren gebruikt om iets duidelijk te maken. Ook als je kind eerder gebruikte vaardigheden verliest, is het verstandig dit te bespreken.

Bij zorgen over taal of communicatie kan ook het gehoor een rol spelen. Een professional kan meedenken over welke ondersteuning passend is. Vroeg advies betekent niet automatisch dat er iets mis is; het kan juist helpen om de ontwikkeling goed in beeld te krijgen.

 

8 Tips voor Taalontwikkeling bij Kinderen van 18 Maanden

  1. Praat veel met je kind tijdens dagelijkse momenten.
  2. Benoem voorwerpen en handelingen die jullie zien.
  3. Lees samen elke dag een kort boekje.
  4. Zing liedjes en zeg rijmpjes op.
  5. Geef je kind tijd om te reageren.
  6. Herhaal woorden en breid ze rustig uit.
  7. Stel eenvoudige vragen en wijs dingen aan.
  8. Praat met het consultatiebureau als je je zorgen maakt.

Praat veel met je kind tijdens dagelijkse momenten.

Praat veel met je kind tijdens dagelijkse momenten, zoals aankleden, eten en samen spelen. Benoem wat jullie doen en zien: “We trekken je schoenen aan” of “Kijk, daar rijdt een auto.” Zo hoort je kind woorden in een herkenbare situatie en leert het stap voor stap de betekenis ervan. Geef je kind ook tijd om te reageren, met een woordje, geluid, blik of gebaar, en reageer enthousiast op elke poging tot communicatie.

Benoem voorwerpen en handelingen die jullie zien.

Benoem tijdens dagelijkse momenten de voorwerpen en handelingen die jullie samen zien. Zeg bijvoorbeeld: “Je pakt de beker”, “De hond rent” of “We doen je schoenen aan.” Zo hoort je kind woorden in een herkenbare situatie en leert het stap voor stap de betekenis ervan. Praat rustig en geef je kind tijd om te luisteren, te reageren of zelf een woordje te proberen.

Lees samen elke dag een kort boekje.

Lees elke dag samen een kort boekje, bijvoorbeeld voor het slapengaan of op een rustig moment. Benoem de plaatjes, maak geluiden bij dieren en praat over wat je kind aanwijst. Geef je kind de tijd om te kijken, te reageren of een woordje te proberen. Zo wordt lezen een gezellig moment én hoort je kind spelenderwijs nieuwe woorden.

Zing liedjes en zeg rijmpjes op.

Zing liedjes en zeg rijmpjes op. Herhaling, ritme en rijm helpen je kind om klanken en woorden te herkennen en te onthouden. Kies eenvoudige liedjes of versjes en maak er samen gebaren bij, zoals klappen of zwaaien. Je kind hoeft nog niet mee te zingen: luisteren, lachen of bewegingen nadoen is ook een mooie manier om met taal bezig te zijn.

Geef je kind tijd om te reageren.

Geef je kind tijd om te reageren. Een kind van 18 maanden heeft soms wat extra tijd nodig om te begrijpen wat je zegt en een antwoord te bedenken. Stel een eenvoudige vraag of benoem iets wat jullie samen zien en wacht daarna rustig even. Vul de stilte niet meteen op: je kind kan reageren met een woordje, een geluid, een blik of een gebaar. Zo merkt je kind dat er ruimte is om zelf iets te vertellen.

Herhaal woorden en breid ze rustig uit.

Herhaal de woorden die je kind gebruikt en breid ze rustig uit. Zegt je kind bijvoorbeeld “auto”? Reageer dan met: “Ja, een rode auto!” Zo hoort je kind hoe het woord in een iets langere zin klinkt, zonder dat er druk is om het na te zeggen. Houd je reactie eenvoudig en sluit aan bij waar je kind op dat moment mee bezig is.

Stel eenvoudige vragen en wijs dingen aan.

Stel je kind eenvoudige vragen en wijs ondertussen aan waar je het over hebt. Vraag bijvoorbeeld: “Waar is de bal?” en wijs naar de bal in een boekje of in de kamer. Zo kan je kind het woord koppelen aan het voorwerp en oefenen met luisteren en reageren. Geef je kind daarna rustig de tijd om te kijken, te wijzen, een geluid te maken of iets te zeggen; elke reactie is waardevol.

Praat met het consultatiebureau als je je zorgen maakt.

Maak je je zorgen over de taalontwikkeling van je kind van 18 maanden? Bespreek dit dan met het consultatiebureau. De jeugdarts of jeugdverpleegkundige kan met je meedenken, je vragen beantwoorden en zo nodig adviseren over een vervolgstap, bijvoorbeeld een gehoorcontrole of contact met een logopedist. Je hoeft niet af te wachten: ook als je twijfelt, is het prima om je zorgen te delen.

Dit vind je misschien ook leuk

Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Time limit exceeded. Please complete the captcha once again.